
19 december 2025
Hoe ben je kind van je ouders, maar tegelijk ook volwassen? Hoe werkt hechting van toen door in de hechting van het hier en nu?
We blijven ons hele leven kind van onze ouders. Dat is een gegeven. Maar volwassen zijn én kind blijven, blijkt voor velen een ingewikkelde opgave. Zeker wanneer ouders graag betekenis willen blijven houden in het leven van hun kinderen en dit – soms onbewust – proberen af te dwingen via liefde in combinatie met controle. Dat kan het leven van kinderen diepgaand beïnvloeden en in sommige gevallen zelfs ontregelen.
Ouders hebben uiteraard de wens om betekenis te hebben en te houden in het leven van hun kinderen. Soms krijgt dit echter de vorm van wat je ‘controlerende liefde’ zou kunnen noemen. Ouders willen dan – bewust of onbewust – bepalen aan wie hun kinderen hun liefde wel of juist niet mogen geven. Zelfs wanneer die kinderen al lang volwassen zijn. Op die manier kan het leven van kinderen ernstig worden verstoord, doordat wrok, angsten en een diepe eigen behoefte ertoe te doen boven de ontwikkeling en autonomie van het kind worden geplaatst.
Recent overleed een moeder. Haar dood bracht mij terug naar het nog vrij recente heengaan van een andere moeder: mijn ‘tweede’ moeder omdat ze – in een vorig leven – ruim vijftien jaar mijn schoonmoeder was. Zij was een vrouw die van al haar kinderen hield – of ze nu door haarzelf waren gebaard of ‘gekregen’ als schoonkinderen. Misschien vanzelfsprekend, maar tegelijk ook bijzonder.
Als ik terugdenk aan mijn eigen moeder, dan weet ik hoe dol zij was op haar schoondochter. Haar schoonzonen daarentegen waren een ander verhaal. Ogenschijnlijk was zij vriendelijk en hartelijk, maar op een dieper niveau ontbrak acceptatie. In haar ogen was eigenlijk geen enkele man goed genoeg voor mij.
Bij scheidingen – maar ook binnen disfunctionele gezinnen – waar veel oud en nieuw zeer is opgelopen, ontstaat regelmatig de neiging om te bepalen van wie een kind houdt: wel of niet, meer of minder. Het kan bijna een wedstrijd worden wie er ‘op één’ staat. Vaak onbewust leidt dit tot vervormde loyaliteit en ongezonde of disfunctionele hechtingspatronen, met grote impact op het latere leven.
Zo werd van mijn broer en mij – onuitgesproken maar duidelijk voelbaar – verwacht dat wij meer van onze moeder hielden dan van onze vader. En dat deden we dus ook. Dat was op zichzelf niet onlogisch: zij was onze opvoeder en onze vader speelde een veel minder grote rol in ons opgroeien. De schaduwkant hiervan is echter dat mijn liefde voor mijn vader lange tijd ondergronds is gegaan. Ondergedoken, omdat het eigenlijk niet ‘mocht’.
In dergelijke situaties leren jongens – mannen in de dop – weliswaar dat het oké is om van vrouwen (moeders) te houden, maar meisjes – vrouwen in de dop – ontwikkelen zo helaas vaak geen gezonde omgang met liefde en mannen. Er kunnen gevoelens ontstaan van schuld en afhankelijkheid, maar ook strijd, controle drang of samenvloeiing en symbiose.
Ook bij volwassen mensen zie ik in mijn praktijk en in het dagelijks leven steeds opnieuw de impact van gezinsdynamiek op hechting. Zoals de dochter die heel bewust voor een relatie heeft gekozen en een eigen gezin heeft gesticht, terwijl haar jongere zus nog steeds vooral ‘kind’ van haar ouders is. De oudste dochter heeft als het ware ‘verraad’ gepleegd door het gezin van herkomst te ‘verlaten’.
Of de ouders met een disfunctioneel huwelijk: ze hebben het laten ‘werken’ – er is geen scheiding gekomen – maar hun relatie en samen zijn biedt geen voorbeeld van liefde, een veilige bedding of emotionele betrokkenheid. Of dan de moeder die, vanuit wrok en eigen frustratie, de vader keer op keer voor de rechter sleept in een strijd om de kinderen, terwijl deze meisjes niets liever willen dan bij hun papa zijn, van wie ze zielsveel houden (en hij van hen).
En dan is er de volwassen man die liever het prinsje van zijn moeder blijft dan de koning van zijn eigen relatie wordt, en verantwoordelijkheid zoveel mogelijk afschuift. Of die bijna surrealistische televisietaferelen waarin een moeder haar zoon niet kan loslaten, hem blijft behandelen als een kind in plaats van als een volwassen man, en alle schoondochters wegjaagt.
Het is een diepe menselijke behoefte om relevant te zijn, ertoe te doen, betekenis te hebben. Maar laten we die behoefte niet ten koste van onze kinderen vervullen. Want kinderen – óók volwassen kinderen – hebben recht op gezond ontwikkelde autonomie, veilige hechting en de vrijheid om te worden wie ze willen zijn, en om zelf te kiezen van wie zij houden. Dat vormt de basis voor autonome, zelfstandige volwassenen.
Kinderen zijn tenslotte geen bezit. Ik sluit daarom graag af met het bekende gedicht van Khalil Gibran.
Je kinderen zijn je kinderen niet
Je kinderen zijn je kinderen niet.
Zij zijn de zonen en dochters
van ’s levens hunkering naar zichzelf.
Zij komen door je,
maar zijn niet van je,
en hoewel ze bij je zijn,
behoren ze je niet toe.
Je mag hen je liefde geven,
maar niet je gedachten,
want zij hebben hun eigen gedachten.
Je mag hun lichamen huisvesten,
maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven
in het huis van morgen,
dat je niet bezoeken kunt,
zelfs niet in je dromen.
Je mag proberen gelijk aan hun te worden,
maar tracht niet hen aan jou gelijk te maken.
Want het leven gaat niet terug,
noch blijft het dralen bij gisteren.
Jullie zijn de bogen,
waarmee je kinderen
als levende pijlen
worden weggeschoten.
Laat de richting
in jouw hand als boogschutter
die zijn van het geluk.
Een uitnodiging tot reflectie
Misschien herken je iets van jezelf in dit verhaal. Als kind. Als ouder. Of als partner.
Sta eens stil bij de vragen:
- In hoeverre ben jij nog loyaal aan je ouders op een manier die jou belemmert in je volwassen leven?
- Waar pas jij je liefde, keuzes of autonomie aan om ‘het goed te houden’?
- En wat zou er veranderen als jij jezelf toestaat volledig volwassen te zijn, mét liefde voor je ouders én met trouw aan jezelf?
Het gaat hier overigens eerder om bewustzijn dan om het vormen van een oordeel. Want volwassen worden betekent niet dat we onze ouders achterlaten, maar dat we onze plek innemen. Vrij, verbonden en verantwoordelijk.

Geef een reactie